logohvo

Excursie

Excursie naar Capelle aan den IJssel

Vorig jaar op 19 mei voeren we per schip nog naar Vlaardingen. Dit jaar, op zaterdagmiddag 18 mei 2019, was het gezelschap veel kleiner en was het vervoer op eigen gelegenheid naar Capelle aan den IJssel. Het programma, dat de Historische Vereniging van Capelle a/d IJ ons aanbood, was als volgt: een rondleiding door de oude Dorpskern met de heren Wim  van den Bremen en Arie Kasbergen, een bezoek aan het Dief- en Duifhuis met de heer Hans Bolkestein en een ontvangst op het gemaal Anne Beyerinck met een aantal leden van de vereniging. Bij het restaurant Fuiks, Vuykpark 1, werden we opgewacht door onze begeleiders.

Capelle is van een klein dijkdorp (in 1910 ca. 5.000, in 1950 ca.9.000 inw.) gegroeid tot een middelgrote gemeente met bijna 67.000 inwoners. De naam Capel op tie Yssel komt het eerst voor in een akte uit 1278. Daarvoor was al begonnen met de bouw van een kasteel. In 1270 was al sprake van een dijk. Oorspronkelijk was het een dorp van boeren langs de ’s-Gravenweg en vissers aan de westkant langs de IJssel. Het gemeentewapen is van zilver beladen met twee zwarte bermen (karperachtige vis) en verwijst waarschijnlijk naar de vissers. De ’s-Gravenweg (zo oud als de weg naar Kralingen) was al bekend in de Romeinse tijd. Uit bodemvondsten en een duiker is gebleken dat er in de 2de eeuw al bewoning is geweest. Door overstromingen trokken de bewoners weg. Pas vroeg in de 12de eeuw werd vanuit de Sint Salvador (ook Oud-Munsterkerk genoemd) te Utrecht begonnen met de ontginning. Er werd een kapel gebouwd, die oorspronkelijk ressorteerde onder de parochie Ouderkerk, wellicht de oorsprong van de naam Capelle. Wanneer de eerste Sint Nicolaaskerk aan het kerkpad (nu Kerklaan) werd gebouwd is onbekend. Door oorlogshandelingen met de Spanjaarden brandde de kerk op 30 mei 1574 af. De huidige kerk van de Nederlands Hervormde Gemeente  dateert uit 1593. In de kerk is er een presentatie te zien over de geschiedenis van de Dorpskerk. Echter, daar kwamen we niet aan toe. In de 16de eeuw groeide de bebouwing bij de kerk uit tot een groep huizen aan weerszijden van de IJsseldijk (Dorpsstraat) en aan de Kerklaan (voorheen Kerkpad) en werd het de “Oude Kern” genoemd.

Door de industriële ontwikkeling in de 19de eeuw waren de meeste Capellenaren werkzaam in de scheepsbouw en de vier steenbakkerijen langs de IJssel. De bedrijven ontwikkelden zich en bouwden woningen die ze aan hun werknemers verhuurden, bv. Vuyk Scheepswerven. In die tijd was het normaal dat een gezin bestond uit 6 tot 12 kinderen. De woonomstandigheden in de huisjes waren verre van ideaal. Door de Woningwet van 1901 kwam daar enigszins verbetering in. Evenals in Ouderkerk verdwenen de steenbakkerijen, de bekendste de “Oude Plaats” in 1909. De Scheepswerf  Vuyk beheerste ruim 80 jaar het straatbeeld van de Dorpsstraat (tot nr. 157). De boeg van een zeeschip op de helling lag maar een meter of tien van de Dorpsstraat af. De boeg toornde hoog boven de huizen uit. De tewaterlating van een schip was een spannende zaak. De scheepsbouwactiviteiten werden beëindigd in 1979. Het terrein is nu een park, Te zien is o.a. het Directiekantoor, de hellingbaan in het park, waar tussen 1856 en 1980 honderden houten en ijzeren schepen werden gebouwd. Ten oosten van het park begint de “Oude Kern”, vanaf Dorpsstraat nr. 136 met arbeiderswoningen op nr.140-142. Op nr. 158 het eerste gemeentehuis vanaf 1862 tot 1909 , daarvoor “heerenhuis van Neeltje van Capellen” en later door de gemeente weer verkocht aan Leendert Vuyk, die het uitbreide met een bovenverdieping, waardoor een merkwaardig bouwsel ontstond. Opmerkelijk is de oprichting van de Van Capellen Stichting. De Van Capellen waren sterk gelieerd aan het dorp. Van een dergelijke familie werd verwacht dat zij zich ook verantwoordelijk voelde voor een deel van de zorg voor armen, wezen en ouden van dagen. Anna Marie van Capellen had beslist dat na haar overlijden haar erfdeel besteed zou worden voor de oprichting van een oude mannen en vrouwen huis, Dorpsstraat 164. Het kwam tot stand in 1898 en fungeerde tot 1973. Het was voor die tijd een moderne woonvoorziening voor 7 mannen en 7 vrouwen. In 1976 werd het verkocht aan de gemeente, thans o.a. expositieruimte. Er zijn meerder panden aan de Dorpsstraat, waarover een verhaal te vertellen is, zoals een merkwaardig pand de “Bovenschuur”.

Al voor 1278 was men begonnen aan de bouw van een kasteel. Binnen het ambacht Capelle was een apart leen gevormd door het “Huis (Slot) met hofstede te Capelle” met de daarbij  behorende rechtsmacht over het 144 morgen groot gebied. Beide lenen hadden hun eigen heer of vrouwe van Capelle, meestal dezelfde persoon. Het leen van het “Huis” verkreeg in 1346 van de gravin van Holland het recht van hoge rechtspraak en werd daarmee een hoge heerlijkheid met een eigen baljuw, die mocht veroordelen tot zware geldboeten en lijfstraffen tot en met de doodstraf. Voor de uitvoering van de straffen was een “diefhuis” (gevangenis) noodzakelijk. Het meest indrukwekkend is geweest het laatste kasteel, afgebroken in 1798. Overgebleven is het diefhuis (4 bij 5 meter groot) uit de 17de eeuw dat tevens werd gebruikt als duifhuis. Er waren voor de duiven vlieggaten aangebracht in de voor- en achtergevel. In de huidige situatie zijn de vlieggaten aan de voorgevel vanaf de buitenkant dichtgemetseld, en dus aan de buitenzijde niet meer zichtbaar. Aan de achtergevel zijn de vlieggaten vanaf de binnenzijde gedeeltelijk dichtgemetseld, deze zijn dus nog zichtbaar aan de buitenzijde. De duiven werden gehouden voor de slotbewoners om als lekker boutje op de tafel te verschijnen. Dit voorrecht gaf de heer een hogere status. Ook is het mogelijk dat de duiven werden gebruikt voor de postvoorziening tussen de diversen kastelen in de omgeving. In dit kleinste museum van Nederland is er een vaste expositie over de kastelen van Capelle en regelmatig een tijdelijke expositie.

Als laatste, het ontvangst op het J.A. Beijerinck gemaal aan de Bermweg 13, het Capels Historisch Museum, met een expositie onder de titel “Van Inktpot tot iPad” , waarbij wordt teruggeblikt op de ontwikkelingen in het (basis)onderwijs. Het gemaal heeft een belangrijke rol gespeeld in de vorming (droogmaling) van het landschap van de Rotterdamse Prins Alexanderpolder. Sinds 1991 wordt het Jan Anne Beijerinckgemaal niet meer gebruikt. Terugkijkend, het was een zeer zonnige middag, veel gelopen, wanneer nodig waren auto’s van de leden beschikbaar. Het ontvangst was hartelijk. Wellicht, komt er nog eens een tegenbezoek.
 

=========================================================================================================================================================================================

Tapijt van Vlaardingen 4 panelen Small

Verslag van de excursie naar Vlaardingen in 2018

In 2017 op 20 mei voeren we oostelijk naar Moordrecht. Nu een jaar later, op zaterdag 19 mei 2018 was de reis westelijk tegen de wind in naar Vlaardingen wederom met het historische binnenvaartschip “Tijdgeest” van de heer Piet Mourik. Gelukkig was iedereen voorzien van de juiste kleding. Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen te zien vanaf de rivier is nog altijd een verrassende ervaring. Zeer zeker als je Rotterdam al kent vanaf de 2de Wereldoorlog.

Waarom naar Vlaardingen? Dit jaar, vanaf 6 april t/m 18 november, wordt namelijk herdacht de “Slag bij Vlaardingen” in 1018, dus 1000 jaar geleden. Eveneens is te zien een expositie over “5000 jaar leven met water, maak kennis met de bewoners van de delta en hoe ze overleefden met water” en een expositie “Vlaardingen Haringvisserijstad”.
We werden om 2 uur ontvangen door een gepensioneerde medewerker van het “Museum Vlaardingen” en tijdens de rondleiding hadden we het niet beter kunnen treffen.
De Slag wordt in Vlaardingen uitbundig herdacht met de onderwerpen als: “Stap 1000 jaar terug in de tijd”, “Ontdekt het boerendorp Flardinga”, “Hoe het uitgroeide tot een handelsnederzetting”, “Ontmoet Dirk III, schurk en held”, “Verwonder je over de Slag bij  Vlaardingen”, “Kom alles te weten over het graafschap Holland”, enz.
 In feite is het voor de bezoeker een teruggaan naar de middeleeuwen, in de wereld van “Flardinga”, een kleine nederzetting waar graaf Dirk de derde in 1018 (ten onrechte!) de baas was. Dirk was slechts graaf van West-Frisia. Vanuit zijn burcht bestuurde hij het gebied, waar in 1018 voornamelijk boeren woonden. De gewonnen slag bij Flardinga luidde een bloeiperiode in van Vlaardingen als handelsstad en van het graafschap, dat rond 1100 “Holland” zou gaan heten. De bloeitijd eindigde vanaf 1163 door overstromingen. Vlaardingen komt in latere eeuwen tot ontwikkeling als haringvisserijstad.

Hoe kwamen de Vlaardingers in 1018 terecht in zo’n hevige veldslag? Graaf Dirk III neemt rond het jaar 1000 het heft in handen in Flardinga, ver van zijn heer, de Duitse keizer Hendrik II. De mannen van de graaf eisen geld of goederen  van handelsschepen die op doortocht zijn van Engeland naar Tiel. Dirk laat boeren land bewerken langs de rivieren (toen Merwede) dat niet zijn eigendom is. Inde ook belastingen van boeren die in het gebied grond bewerkten van de bisschoppen van Utrecht, Trier en Keulen. De keizer kan de klachten van de brutale graaf niet negeren en moet ingrijpen met een strafexpeditie. Op 29 juli 1018 bereikt een keizerlijke vloot Flardinga. Zwaarbewapende krijgers marcheren richting de burcht. De drassige omgeving met sloten en kreken bemoeilijkt hun opmars. De mannen van Dirk III leggen een hinderlaag en verspreiden het valse gerucht dat legeraanvoerder hertog Godfried is gevlucht. Paniek breekt uit  onder de keizerlijke soldaten. Dirk en zijn mannen kennen het terrein en hakken het keizerlijke leger in de pan. Dirk wint de eerste grote veldslag in de geschiedenis van het graafschap dat later Holland zou heten. De overwinning wordt gezien als het begin van de onafhankelijkheid van Holland en het latere Nederland.
In navolging van het wereldberoemde Tapijt van Bayeux in Frankrijk, waar de slag bij Hastings van 1066 is afgebeeld, is de archeologische werkgroep Helinium met behulp van een groep dames bezig de Slag bij Vlaardingen in een tapijt te borduren. De panelen zijn geheel in de stijl van het Tapijt van Bayeux. De afbeeldingen zijn gemaakt door de illustrator John Rabou in het kader van een eerdere tentoonstelling.

Zeer tevreden voerden we om half vijf terug naar Ouderkerk a/d IJssel met dank aan onze driekoppige bemanning voor hun goede zorg tijdens de reis.

===========================================================================================

tijdgeest2 Small

Verslag van de excursie met de "Tijdgeest" naar Moordrecht op zaterdag 20 mei 2017

Op deze zaterdagochtend voeren wij wederom met het historische binnenvaartschip de Tijdgeest van dhr. Piet Mourik, dit keer naar Moordrecht, waar we aanlegden in het dorp naast het pontje naar Gouderak.

Het bezoek aan Moordrecht begon met een wandeling vanaf het veer over de Dorpsstraat richting voormalig weeshuis met als gids Eef Oosterwijk. Het is het dorpsdeel dat vanaf 2008 van rijkswege is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De Dorpsstraat telt dan ook een twaalftal gevarieerde rijksmonumenten, zoals deftige herenhuizen, pastorie, maar ook een aantal die een andere bestemming had in het verleden dan thans, zoals het voormalige raadhuis (thans een Chinees restaurant), rechthuis/ambachtshuis, herberg enz.. De huizen aan de IJsselzijde hebben lange tuinen naar de IJssel, dat in het verleden veel aanzien gaf. Opmerkelijk is het hoogteverschil van de Dorpsstraat met de Hollandsche IJssel. Ondanks dit verschil bleek in 1953 dat het water hoger dan de Dorpsstraat kon komen. Op verscheidene plaatsen zijn er dan ook zogenaamde coupures, dijkdoorgangen die bij hoge springvloeden dubbel met balken kunnen worden afgesloten, bv. bij het veer. De wandeling eindigde met een bezoek aan de Oudheidkamer het Weeshuis van de Historische Vereniging Moordrecht in het neoclassicistische voormalige weeshuis, bejaardenhuis en daarna voormalig gemeentehuis. De vroegere raadzaal is thans trouwzaal met de vier jaargetijden behangschilderingen, op die dag niet te zien. Wel te zien was de uitgebreide expositie over het wel en wee van de scholen in Moordrecht met afbeeldingen die ons deed herinneren aan onze eigen voormalige expositie in Ouderkerk a/d IJssel. Heel veel plezier beleefden we aan de presentatie van touwslager Bert Bouthoorn. Het ging gepaard met werkelijk touwslaan. Bij het afscheid kregen we als geheugensteun mee een aantal publicaties over Moordrecht, waaronder over touw. Teruggaande bezochten we de graftombe/kelder van de familie Drost-IJserman. De familie (steenfabrikanten) heeft een belangrijke rol in Moordrecht gespeeld, o.a. kwam in hun opdracht tot stand het bovenvermelde weeshuis. De tijd was helaas tekort om de kerk te bezoeken.

In het begin van de middag werd terug gevaren. Een tegenbezoek van de Historische Vereniging Moordrecht, vermoedelijk met hetzelfde vaartuig, is te verwachten. Het was een zeer interessante en gezellige excursie dankzij de inzet en gastvrijheid van de Historische Vereniging Moordrecht en met veel dank aan schipper Piet Mourik en zijn kundige assistent Thomas.

===============================================================================

Verslag van de vaarexcursie met de "Tijdgeest" naar Gouda op zaterdag 28 mei 2016

Op een prachtige zaterdag verzamelden onze leden zich aan boord van het historisch binnenvaartschip Tijdgeest van Piet Mourik in de passantenhaven van Ouderkerk, ditmaal voor een vaartocht naar Gouda.

Onderweg werden verhalen verteld over de plaatsen en huizen die we vanaf de IJssel goed konden zien liggen. We voeren langs Moordrecht en Gouderak, daarna onder de nieuwe Gouderakse brug door richting Gouda.
Daar eenmaal aangekomen werd besloten, gezien de hitte en de leeftijd van sommige leden, om aan boord te blijven en met het schip door de stad te varen.

Het werd een drie-sluizen-tocht. Via de Mallegatsluis kwamen we in de oude museumhaven terecht, met de vele bruinevloot schepen en voeren daarna door de smalle Turfsingelgracht en twee ophaalbruggen, de Guldenbrug en de Wachtelbrug, naar de volgende Ir. de Kock van Leeuwensluis, gelegen tegenover het Bolwerk. Er werd verder gevaren, de Nieuwe Gouwe in door het industrie gebied van Gouda naar het Gouwekanaal en tenslotte via het gerenoveerde Julianasluizen complex weer de IJssel in. Daarmee begon alweer onze terugtocht.
Rond 16 uur meerden we aan in Ouderkerk. Aan dit zeer geslaagde uitstapje was helaas een einde gekomen, met veel dank aan schipper Piet Mourik en zijn kundige assistent Thomas.

====================================================================

Verslag van de vaarexcursie naar Gouderak en het gemaal Verdoold op zaterdag 23 mei 2015

Op een druilerige zaterdagmorgen verzamelden 16 leden zich aan boord van het historisch binnenvaartschip Tijdgeest van Piet Mourik in de passantenhaven van Ouderkerk, voor een vaartocht naar Gouderak.

Daar werd afgemeerd bij de veerpont en via een klim over het reserve pontje werd de vaste wal bereikt. Na een korte wandeling door het dorp werd het gemaal Verdoold bezocht, onlangs geheel gerestaureerd. Het bestuur van de Historische Vereniging Golderake heette ons met koffie en thee hartelijk welkom in haar nieuwe vergader en expositie ruimte. Een uitleg over de geschiedenis en een rondleiding door het geheel gerestaureerde en technisch vernieuwde gemaal sloot dit bezoek af. De pompinstallatie werd hierbij zelfs in werking gesteld.

Aan het begin van de middag vertrokken we voor de terugtocht naar Ouderkerk, waar het zonnetje weer doorbrak. Aan de zeer geslaagde en leerzame excursie was helaas een einde gekomen, met dank aan schipper Mourik en de Historische Vereniging Golderake.

gemaal verdoold Small

==================================================================